Wie de ontwikkelingen van de afgelopen weken naast elkaar legt, ziet een patroon dat moeilijk nog uitsluitend onder het kopje ‘rampenbestrijding’ past. In verschillende Europese landen worden burgers nadrukkelijk voorbereid op situaties waarin stroom, communicatie en infrastructuur uitvallen en steeds vaker wordt daarbij openlijk gesproken over oorlog en gewapende aanvallen.
Het gaat inmiddels verder dan een extra pak rijst en zes liter water in de voorraadkast.
Finland oefent alvast in de bunker
Finland hield begin september in Kuopio een grootschalige civiele verdedigingsoefening met meer dan 2.000 deelnemers. Burgers, studenten, vrijwilligers en dienstplichtigen oefenden onder meer hoe een grote ondergrondse schuilplaats snel operationeel kan worden gemaakt en hoe duizenden mensen daar in een noodsituatie kunnen worden ondergebracht. De oefening was expliciet bedoeld om de samenwerking tussen overheid, hulpdiensten en burgers onder ernstige verstoringen te testen.
Volgens internationale berichtgeving werd daarbij ook gewerkt met scenario’s rond cyberaanvallen, uitval van nutsvoorzieningen en raketdreiging. Een deel van de deelnemers sliep op veldbedden in de bunker.
Een BHV-cursus, maar dan met deuren die ook tegen een oorlogssituatie moeten kunnen.
Zweden maakt de schuilkelders gereed
Ook Zweden schakelt een tandje bij. De regering gaf provincies deze maand opdracht om ervoor te zorgen dat schuilplaatsen bij verhoogde paraatheid snel in gebruik kunnen worden genomen. In de officiële toelichting staat zonder veel omhaal dat dit bij een gewapende aanval beslissend kan zijn voor het overleven van burgers.
Daarnaast laat de Zweedse regering onderzoeken hoe burgerdienstplicht kan worden ingezet voor het bewaken van kritieke infrastructuur. Oorlog is daarmee niet langer alleen iets voor militairen aan het front; ook gewone burgers worden steeds nadrukkelijker onderdeel van de verdedigingsplanning.
Duitsland zet crisisvoorbereiding op de app
Duitsland trekt tot 2029 tien miljard euro uit voor extra civiele bescherming. Daarbij gaat het onder meer om waarschuwingssystemen, noodstroom, drinkwatervoorziening, versterking van hulpdiensten en het verder ontwikkelen van de NINA-waarschuwingsapp. Die app moet in de toekomst ook informatie kunnen geven over publieke toevluchtslocaties.
Op 10 september testte Duitsland bovendien opnieuw landelijk sirenes, Cell Broadcast, radio, televisie en waarschuwingsapps tijdens de jaarlijkse Warntag.
Het heeft iets geruststellends Duits: mocht het misgaan, dan is er in ieder geval een systeem, een protocol en vermoedelijk een formulier.
Frankrijk stopt jongeren weer in uniform
Frankrijk is deze maand begonnen met een nieuwe vrijwillige nationale militaire dienst. De eerste lichting bestaat uit ongeveer 3.000 jongeren van 18 tot 25 jaar. President Macron koppelt het programma expliciet aan het vergroten van de nationale weerbaarheid. Het aantal deelnemers moet oplopen naar 10.000 in 2030.
De dienst is voorlopig vrijwillig, maar het politieke signaal is moeilijk te missen: Parijs wil opnieuw een bredere laag jonge burgers militair trainen en nauwer aan de krijgsmacht verbinden.
En Nederland?
Ook Nederland werkt aan een nieuw Dienmodel voor jongeren tussen 18 en 27 jaar. Vrijwilligheid blijft volgens Defensie het uitgangspunt, maar het model bevat meerdere stappen die steeds verplichtender kunnen worden. In het uiterste scenario, wanneer de internationale veiligheid sterk verslechtert en het leger snel moet groeien, kan uiteindelijk een selectieve opkomstplicht worden ingevoerd. Daarvoor is wel nieuwe wetgeving nodig.
Los van elkaar zijn voor al deze maatregelen veiligheidsargumenten te geven. Samen vertellen ze vooral iets over hoe Europese regeringen naar de komende jaren kijken.
Finland oefent in bunkers, Zweden maakt schuilplaatsen gebruiksklaar, Duitsland bouwt zijn civiele bescherming uit, Frankrijk zet duizenden jongeren in uniform en Nederland tekent alvast het stappenplan richting mogelijke opkomstplicht.
De vraag is niet langer alleen hoeveel tanks, drones en raketten Europa nodig heeft. Steeds nadrukkelijker wordt ook gevraagd of de bevolking zelf klaar is voor wat er eventueel kan komen.
Gesprek
Reacties
Praat mee over deze bijdrage