Door: Evert S.
Mijn hiv-ervaring
In 2015 werd ik hiv-positief gediagnosticeerd terwijl ik vastzat in de gevangenis van Alhaurín in Zuid-Spanje. Kort na aankomst gaf ik vrijwillig bloed voor standaardtests, waaronder een hiv-test. Omdat ik maanden niets hoorde, ging ik ervan uit dat alles in orde was. Pas vijf maanden later, toen ik bij de gevangenisarts kwam voor een schimmelinfectie tussen mijn tenen, veranderde alles. Terwijl ik al wilde vertrekken, vroeg de arts of ik wist dat ik een “infectie” had. Door mijn beperkte Spaans begreep ik hem eerst niet. Hij verwees uiteindelijk naar een afbeelding van Magic Johnson, en toen besefte ik: ik was hiv-positief.
De schok was enorm. Ik werd zonder uitleg of psychologische begeleiding twee weken in een isoleercel geplaatst om “na te denken”. Ondanks internationale richtlijnen die onmiddellijke behandeling voorschrijven, kreeg ik pas na 18 maanden antiretrovirale medicatie. Dit gebeurde pas nadat mijn familie de Nederlandse ambassade inschakelde, omdat de gevangeniszorg de behandeling bleef weigeren. Ook het nabijgelegen Virgen-ziekenhuis achtte het onnodig mij te behandelen, ondanks bloedwaarden die behandeling rechtvaardigden. Deze nalatigheid leidde tot grote frustratie en vragen.
Na mijn vrijlating kreeg ik eindelijk medicatie via het ziekenhuis Costa del Sol, maar mijn vertrouwen in de medische wereld was weg. Waarom kreeg ik zolang geen behandeling voor iets dat als levensgevaarlijk werd voorgesteld? Wat wisten zij wat ik niet wist? Dat zette me aan tot een diepgravend onderzoek dat mijn leven zou veranderen.
Ik begon alles te lezen wat ik kon vinden: wetenschappelijke rapporten, documentaires, interviews met wetenschappers en ervaringsverhalen van andere hiv-positieven. Ik abonneerde me op websites van gerenommeerde universiteiten, waaronder Stanford. Mijn centrale vraag bleef: waarom dachten de artsen in Spanje dat behandeling niet nodig was, terwijl andere artsen later zeiden dat het absoluut noodzakelijk was? Geen van de hiv-specialisten, virologen of hulporganisaties die ik benaderde kon of wilde die vraag beantwoorden. Dat voedde mijn twijfels over het dominante hiv-narratief.
Ik stelde lastige vragen aan mijn zorgverleners. Waarom moest ik medicijnen nemen terwijl mijn viruslast onmeetbaar was? Waarom werd ik voortdurend gewaarschuwd om condooms te gebruiken, ondanks dat volgens officiële bronnen bij een onmeetbare viruslast geen overdracht mogelijk is? Mijn vragen bleven onbeantwoord, en ik begon te twijfelen aan de betrouwbaarheid van wat ik geleerd had.
Een cruciaal moment kwam tijdens een gesprek met een Engelse huisarts in Marbella. Ze vond mijn herstel van een zware infectie opmerkelijk en zei dat ik een uitzonderlijk sterk immuunsysteem moest hebben. Toen ik haar vertelde dat ik hiv-positief was en over de nonchalante houding van de Spaanse artsen sprak, zei ze: “Omdat ze het weten.” Ze legde uit dat veel artsen inmiddels begrijpen dat hiv niet is wat het ooit leek, en dat sommige patiënten jarenlang gezond blijven zonder medicatie.
Dat bevestigde wat ik in mijn eigen onderzoek al vermoedde. Ik leerde over mensen die al decennia leven zonder hiv-medicatie en toch gezond zijn. Ik besloot uiteindelijk te stoppen met mijn antiretrovirale behandeling. Dat is nu bijna acht jaar geleden. Tegen alle verwachtingen in ben ik nog steeds kerngezond.
Mijn ervaring heeft me doen inzien dat het officiële hiv-verhaal – dat al vijftig jaar wereldwijd wordt verspreid – niet onomstreden is. De vragen die ik stelde bleven onbeantwoord door de medische wereld, maar vonden weerklank in alternatieve informatiebronnen. Mijn zoektocht bracht me tot de conclusie dat het verhaal over hiv en aids veel complexer, en op sommige punten mogelijk misleidend, is dan we altijd hebben aangenomen. Ik schreef hierover een boek met mijn memoires. Meer info: eefsmal@gmail.com
Evert S.