Nancy Pelosi stemde samen met 197 andere Democraten tegen de Stop Insider Trading Act. Wie alleen die uitslag ziet, krijgt een verleidelijk eenvoudig verhaal voorgeschoteld: politici verzetten zich tegen regels die hun eigen beursportefeuille kunnen raken. De werkelijkheid is minder overzichtelijk, maar bepaald niet geruststellender. Het voorstel tegen aandelenhandel werd namelijk samengevoegd met strengere identificatieregels voor Amerikaanse kiezers. Zo veranderde een langverwachte maatregel tegen belangenverstrengeling in een handig verkiezingswapen.
Het Huis van Afgevaardigden nam het voorstel uiteindelijk aan met 232 tegen 198 stemmen. Dertien Democraten sloten zich aan bij de Republikeinse meerderheid; Pelosi behoorde tot de Democraten die tegenstemden. De officiële uitslag klopt dus. Maar de suggestie dat alle tegenstemmers simpelweg hun lucratieve aandelenhandel wilden beschermen, laat een belangrijk deel van het politieke toneel buiten beeld.
De kern van de wet klinkt op het eerste gezicht redelijk. Congresleden, hun echtgenoten en afhankelijke kinderen zouden tijdens hun ambt geen nieuwe individuele aandelen meer mogen kopen. Bestaande beleggingen hoeven echter niet te worden verkocht. Verkopen blijft gewoon toegestaan, zolang dit minimaal zeven en maximaal veertien dagen van tevoren openbaar wordt aangekondigd. Ook bestaan er uitzonderingen voor onder meer breed gespreide fondsen, bepaalde trusts en transacties die voortvloeien uit het beroep van een partner.
Een waterdicht handelsverbod is het daarmee niet. Het is eerder een hek met een paar opvallend ruime doorgangen. De president en vicepresident vallen bovendien volledig buiten de regeling. Wie als volksvertegenwoordiger nieuwe aandelen koopt, kan een boete krijgen en moet de betreffende belegging verkopen, maar bestaande portefeuilles mogen grotendeels intact blijven. De politieke klasse wordt dus begrensd, zolang de grens vooral niet te hinderlijk wordt.
Daar kwam vervolgens een volledig ander onderwerp bij: een landelijke verplichting om bij federale verkiezingen een geldig identiteitsbewijs met foto te tonen. Ook voor stemmen per post werden aanvullende identificatie-eisen opgenomen. Republikeinen presenteerden het beursverbod en de verkiezingsregels als één pakket. Wie tegen de nieuwe voter-ID-regels was, moest daardoor automatisch óók tegen het voorstel over aandelenhandel stemmen. De behandeling vond plaats onder een gesloten procedure, waardoor volksvertegenwoordigers het pakket niet eenvoudig konden opsplitsen of aanpassen.
Republikeins Congreslid Thomas Massie zei vervolgens hardop wat normaal gesproken achter gesloten deuren blijft. Volgens hem was voter-ID niet toegevoegd om Democraten voor strengere identificatie te laten stemmen. Het doel was juist om hen tegen het totale wetsvoorstel te laten stemmen, zodat Republikeinen tijdens de verkiezingscampagne konden beweren dat de Democraten een beursverbod hadden tegengehouden. Washington produceerde daarmee niet alleen een wet, maar meteen ook de bijbehorende campagneadvertentie.
Dat maakt de tegenstem van Pelosi begrijpelijker, maar nog niet automatisch overtuigend. Pelosi is al jaren een van de bekendste gezichten van de discussie over aandelenhandel door politici. De transacties van haar echtgenoot Paul worden via verplichte financiële verklaringen bekendgemaakt en trekken regelmatig aandacht. Pelosi heeft altijd ontkend dat haar man handelt op basis van informatie die hij via haar ontvangt. Voor bewezen strafbare insiderhandel is geen publiek bewijs geleverd, maar de discussie gaat ook over de schijn van belangenverstrengeling.
Volksvertegenwoordigers stemmen over subsidies, defensiecontracten, technologiebeleid, belastingen en regels die direct invloed kunnen hebben op beursgenoteerde bedrijven. Zelfs wanneer zij geen geheime informatie gebruiken, blijft daarom de vraag bestaan of zij financieel mogen profiteren van sectoren die zij zelf reguleren. Het probleem is niet alleen mogelijke corruptie, maar ook het vertrouwen van burgers die niet beschikken over dezelfde contacten, dossiers en toegang tot besluitvorming. De aandelenhandel door Congresleden is dan ook uitgegroeid tot een zichtbaar symbool van het wantrouwen tegenover Washington.
Juist daarom is het veelzeggend dat Democraten en Republikeinen een onderwerp waarover al jaren brede zorgen bestaan opnieuw veranderden in partijpolitiek theater. Republikeinen kwamen met een beperkt verbod, ontzagen het Witte Huis en plakten er een omstreden verkiezingsmaatregel aan vast. Democraten kregen daarmee een reden om tegen te stemmen, waarna Republikeinen hen direct konden presenteren als beschermers van politieke aandelenhandel.
Niemand mag zich in dit verhaal als principiële winnaar kronen. De Republikeinen gebruikten hervorming als valstrik, de Democraten liepen voorspelbaar in die val en de politieke klasse behoudt voorlopig grotendeels haar bestaande beleggingen. In Washington heet dat kennelijk vooruitgang: de regels worden aangescherpt, zolang ze vooral niet te veel pijn doen.
Een geloofwaardige oplossing is minder ingewikkeld dan politici doen voorkomen: verplicht Congresleden en hoge bestuurders hun individuele aandelen te verkopen of onder te brengen in een daadwerkelijk blind fonds. Laat dezelfde regels gelden voor partners, presidenten en vicepresidenten. Behandel verkiezingsregels in een afzonderlijk wetsvoorstel, zodat iedereen daar openlijk over moet stemmen.
Dan wordt eindelijk zichtbaar wie werkelijk tegen belangenverstrengeling is en wie vooral tegen het verkeerde partijlogo stemt.
Gesprek
Reacties
Praat mee over deze bijdrage